Longeren

                                                                                                                                                                                                                  email_001.gif

                                                                                                                                      

Home
Up
Introductie
Over Meke
Over Roko
Over Odin
Toertrips
Opvoeding
De ruif: voeding
Verzorging
Evenementen
Vraagbaak
Fotoverhalen
links
Gastenboek

 

De voorbereiding tbv het werken aan de longe. 

Je veulen is inmiddels al een jaar oud en het wordt tijd om het te leren aan de longe te lopen. Denk erom dat het rond lopen in een cirkel heel belastend is voor jonge paarden, met name dan voor de spieren, pezen en de botopbouw. Ga dus nooit gelijk een uur in een kleinere cirkel dan 10 meter diameter werken en niet vaker dan een a twee keer per week.

Je hebt in eerste instantie dus je paard geleerd aan het halster te lopen, aan de lijn te lopen en, wat wij Meke en Roko al geleerd hadden, met een lange dressuurzweep in de hand het paard aan te drijven terwijl je het begeleidt. Gewoon geleiden met de zweep in de linkerhand, buitenom aantikken. Ook de mondelinge commando’s waren Meke en Roko al bekend voordat wij met longeren begonnen; wij gebruiken Stap, Draf en ‘Lop en trtrtrr (voor achterwaarts) Lopen gebruiken wij in het algemeen als het paard moet doorlopen en Halt als het  paard moet stilstaan. 

Gebruik als eerste middelen alleen de longe, longeerzweep, kaptoom, en beenbescherming! Begin met twee personen, de helper aan het hoofd van het paard en jijzelf (als leider van het paard) in het midden van de cirkel. De begeleider leidt het paard in het begin via het hoofdstel of de kaptoom over de hoefslag; slechts alleen ingrijpen als het paard wil omdraaien, niet wil doorlopen, ed.

Gedurende de training kan het hoofd steeds meer losgelaten worden en hoeft de begeleider steeds minder bij het paard in de buurt te lopen. Zodra het paard bevestigd is in het longeren (hij gaat op de commando’ s rond van de longeur) kan je beginnen met trainen. Wij begonnen bijvoorbeeld ook met het gewennen van Roko en Meke aan een buikriem (longeersingel) of aan een zadel (eerst met dekjes e.d.).

Werken met de dubbele longe deden we pas als het werken aan de enkele longe bevestigd is, ter voorbereiding deden we al wel in de eerste fase van het trainen vaak een losse broekriem aan die langs de billen hing van de paarden. We gebruikten hiervoor schoftje en staartstuk van het tuig. Je kan natuurlijk ook zelf iets fabriceren van een strook stof oid. als je geen tuig ter beschikking hebt.

Meke aan de longe            Meke aan de longe

 Dubbele longe eerst op een volte         (meke 1997)                 Daarna steeds meer recht uit  

back 31,1kb

Het longeren

Het longeren is een goede manier om paarden beweging te geven. Het houdt je paard in conditie en je kunt zien hoe het loopt, beweegt en je kunt sommige zaken beter intrainen via de longe (mits er deskundig gewerkt wordt natuurlijk). Ook bij revalidatie is longeren een uitstekend middel.

Om een paard te longeren heb je diverse zaken sowieso nodig.

bulletLonge
bulletlongeerzweep
bulletkaptoom, hoofdstel oid
bulletlongeerzweep
bulletlongeersingel
bulletbijzetteugels
bulletstrijklappen, bv peesbeschermers voor en strijklappen achter

Longeerlijn.
De longeerlijn is de lijn waaraan je een paard longeert. Het touw moet van sterk materiaal gemaakt zijn en moet minstens 8 meter lang zijn.



Longeersingel.
De longeersingel is een singel die tijdens het longeren gebruikt wordt bij bv. jonge paarden om ze al wat te laten wennen aan de spanning van de singel. Hieraan kunnen ook hulpteugels aan bevestigd worden.


Longeerzweep.
De longeerzweep wordt gebruikt tijdens het longeren om het paard duidelijke hulpen door te geven. De zweep mag enkel gebruikt worden als het paard niet op de stemhulp reageert.

 

 

Kaptoom.
Een kaptoom is een soort versterkt halster dat dient voor het longeren om een goed contact met het paard te hebben tijdens het longeren; een los halster oid werkt voor een jong paard onduidelijk. Een kaptoom is meer geschikt voor jonge paarden die nog geen hoofdstel op hebben gehad en aan hun longeertraining bezig zijn.

Longeerbitstukje.
Buiten de kaptoom kan je je paard ook aan een hoofdstel longeren. Als je je paard aan een hoofdstel longeert moet je er wel op letten dat je je longe, als je op de linkerhand longeert, eerst door de linkerbitring doorsteekt en vasmaakt aan de rechterbitring. Op de rechterhand andersom. Of, je kan met een longeerbitstukje longeren, wat makkelijker is en je moet niet altijd je longe omkeren.

 

 

back 31,1kb 

De methode:

Zorg dat je handschoenen aan hebt. Je kunt het beste longeren in een afgezette bak, plaats of binnenbak, zodat je paard zo min mogelijk onrustig wordt.

Het beste kun je vanuit het midden van de cirkel werken; ga in het midden van deze volte staan en draai mee, terwijl het paard een cirkel om je heen loopt. Houd de longe in een hand en de zweep in de andere en laat je paard steeds grotere cirkels lopen. De longe, de zweep en het paard moeten samen een driehoek vormen. Laat de longe niet over de grond slepen en maak geen plotselinge bewegingen met de zweep. De zweep gebruik je alleen als voorzichtige aansporing, niet om het paard mee te slaan! Als het paard niet doorloopt breng je de zweep omhoog richting hoofd en laat deze schuin naar beneden zakken, richting achterhand. Of dwingender vanuit wijdere houding naar binnen naar de achterhand toe.

Als de voorbereidingen om het paard te leren aan de longe te lopen goed zijn geweest is  meestal direct goed te werken aan de longe. Bij het longeren geef je de eerder aangeleerde mondelinge commando's. 

Deel de tijd die je gebruikt om te longeren technisch en logisch in. Als je bijvoorbeeld 1 uur longeert, ga dan bijvoorbeeld eerst tien minuten linksom (begin met de makkelijke kant van je paard)en rechtsom losstappen. Daarna loswerken in Draf en gebruik voor het totale loswerken een half uur. Het hoofdthema doe je dan het volgende kwartier( bv overgangen, stellingen, etc) en daarna weer een kwartier uit laten draven en stappen. Longeer je paard zowel links- als rechtsom bij alle taken die je het geeft.   

De hulpmiddelen:  

Onze insteek is dat het gebruik van hulpmiddelen dient om iets aan te leren of te verhelpen( corrigeren) en dat uiteindelijk het hulpmiddel zichzelf overbodig maakt.

Bij een jong paard dat net geleerd heeft aan de longe rond te lopen is het belangrijk om te zorgen dat hij leert niet naar binnen te vallen en op stemhulpen en zweepaanwijzingen te werken en beginnen wijzelf niet eerder met bijvoorbeeld bijzetteugels dan dat al deze zaken bevestigd zijn.  

 

Bijzetteugels worden gebruikt om het paard te leren na te laten geven en zo het evenwicht te vinden in de zijdelingse buiging van het lichaam. Doe de bijzetteugels de eerste keren vrij los zodat het paard eraan kan wennen en maak ze steeds iets meer op maat. Als je de bijzetteugels aan het bit bevestigt, kan het paard zonder getrek van de ruiter leren om het bit correct in de mond te houden. Het paard heeft al snel door dat de tegendruk ophoudt zodra het niet meer aan het bit en de teugels trekt. Door de lengte van de bijzetteugels te veranderen, kunt je het paard in de lengtebuiging alvast leren om het hoofd correct te dragen zonder het bang te maken of in de mond te trekken.
De bijzetteugel is te gebruiken tijdens longeren en rijden.  

Chambon.
De chambon is een hulpteugel die druk uitoefend op de nek, zodat het paard het hoofd omlaag brengt. Het is geschikt voor africhting en de verbetering van de houding. De chambon komt in werking wanneer het paard zijn hoofd opricht om onder de teugelwerking uit te komen. De chambonhulpteugel bestaat uit twee riemen die aan beide zijde van de bitring via een ring ter hoogte van de frontriem naar beneden lopen. Bij de singel komen ze samen en worden ze vastgemaakt.
Met deze hulpteugel kan het paard zijn hoofd niet zo hoog optillen dat de ruiter de controle verliest.

Gogue.
Bij de gogue drukt de hulpteugel op de nek, de mond en onder de hals. Dit type kun je op twee manieren bevestigen, waarvan er een manier veel gebruikt wordt bij het springen. Het paard moet zijn hoofd laag en naar voren houden, waardoor het een betere houding aanneemt.
Deze hulpteugel wordt veel gebruikt bij het longeren
.

Halsverlenger.
De halsverlenger is een volledige elastische teugel en heeft een zeer sterk corrigerende werking op de hoofd- en halshouding zonder dat het paard dit als onprettig ervaart.
Zowel geschikt voor longeren als tijdens het rijden.

  back 31,1kb