De
voorbereiding tbv het werken aan de longe.
Je veulen
is inmiddels al een jaar oud en het wordt tijd om het te leren aan de longe te
lopen.
Denk erom
dat het rond lopen in een cirkel heel belastend is voor jonge paarden, met name
dan voor de spieren, pezen en de botopbouw.
Ga dus
nooit gelijk een uur in een kleinere cirkel dan 10 meter diameter werken en niet
vaker dan een a twee keer per week.
Je hebt in
eerste instantie dus je paard geleerd aan het halster te lopen, aan de lijn te
lopen en, wat wij Meke en Roko al geleerd hadden, met een lange dressuurzweep in
de hand het paard aan te drijven terwijl je het begeleidt. Gewoon geleiden met
de zweep in de linkerhand, buitenom aantikken.
Ook de
mondelinge commando’s waren Meke en Roko al bekend voordat wij met longeren
begonnen; wij gebruiken Stap, Draf en ‘Lop en trtrtrr (voor
achterwaarts)
Lopen gebruiken
wij in het algemeen als het paard moet doorlopen en Halt als het
paard moet stilstaan.
Gebruik als
eerste middelen alleen de longe, longeerzweep, kaptoom, en beenbescherming!
Begin met
twee personen, de helper aan het hoofd van het paard en jijzelf (als leider van
het paard) in het midden van de cirkel.
De
begeleider leidt het paard in het begin via het hoofdstel of de kaptoom over de
hoefslag; slechts alleen ingrijpen als het paard wil omdraaien, niet wil
doorlopen, ed.
Gedurende
de training kan het hoofd steeds meer losgelaten worden en hoeft de begeleider
steeds minder bij het paard in de buurt te lopen. Zodra het
paard bevestigd is in het longeren (hij gaat op de commando’ s rond van de
longeur) kan je beginnen met trainen. Wij
begonnen bijvoorbeeld ook met het gewennen van Roko en Meke aan een buikriem
(longeersingel) of aan een zadel (eerst met dekjes e.d.).
Werken met
de dubbele longe deden we pas als het werken aan de enkele longe bevestigd is,
ter voorbereiding deden we al wel in de eerste fase van het trainen vaak een
losse broekriem aan die langs de billen hing van de paarden. We gebruikten
hiervoor schoftje en staartstuk van het tuig. Je kan natuurlijk ook zelf iets
fabriceren van een strook stof oid. als je geen tuig ter beschikking hebt.

Dubbele
longe eerst op een volte (meke
1997)
Daarna steeds meer recht uit
Het
longeren
Het
longeren is een goede manier om paarden beweging te geven. Het houdt je paard in
conditie en je kunt zien hoe het loopt, beweegt en je kunt sommige zaken beter
intrainen via de longe (mits er deskundig gewerkt wordt natuurlijk). Ook bij
revalidatie is longeren een uitstekend middel.
Om
een paard te longeren heb je diverse zaken sowieso nodig.
Longeerlijn.
De
longeerlijn is de lijn waaraan je een paard longeert. Het touw moet van sterk
materiaal gemaakt zijn en moet minstens 8 meter lang zijn.

Longeersingel.
De
longeersingel is een singel die tijdens het longeren gebruikt wordt bij bv.
jonge paarden om ze al wat te laten wennen aan de spanning van de singel.
Hieraan kunnen ook hulpteugels aan bevestigd worden.
Longeerzweep.
De
longeerzweep wordt gebruikt tijdens het longeren om het paard duidelijke hulpen
door te geven. De zweep mag enkel gebruikt worden als het paard niet op de
stemhulp reageert.
Kaptoom.
Een
kaptoom is een soort versterkt halster dat dient voor het longeren om een goed
contact met het paard te hebben tijdens het longeren; een los halster oid werkt
voor een jong paard onduidelijk. Een kaptoom is meer geschikt voor jonge paarden
die nog geen hoofdstel op hebben gehad en aan hun longeertraining bezig zijn.

Longeerbitstukje.
Buiten
de kaptoom kan je je paard ook aan een hoofdstel longeren. Als je je paard aan
een hoofdstel longeert moet je er wel op letten dat je je longe, als je op de
linkerhand longeert, eerst door de linkerbitring doorsteekt en vasmaakt aan de
rechterbitring. Op de rechterhand andersom. Of, je kan met een longeerbitstukje
longeren, wat makkelijker is en je moet niet altijd je longe omkeren.

De
methode:
Zorg
dat je handschoenen aan hebt. Je kunt het beste longeren in een afgezette bak,
plaats of binnenbak, zodat je paard zo min mogelijk onrustig wordt.
Het
beste kun je vanuit het midden van de cirkel werken; ga in het midden van deze
volte staan en draai mee, terwijl het paard een cirkel om je heen loopt. Houd de
longe in een hand en de zweep in de andere en laat je paard steeds grotere
cirkels lopen. De longe, de zweep en het paard moeten samen een driehoek vormen.
Laat de longe niet over de grond slepen en maak geen plotselinge bewegingen met
de zweep. De zweep gebruik je alleen als voorzichtige aansporing, niet om het
paard mee te slaan! Als het paard niet doorloopt breng je de zweep omhoog
richting hoofd en laat deze schuin naar beneden zakken, richting achterhand. Of
dwingender vanuit wijdere houding naar binnen naar de achterhand toe.
Als
de voorbereidingen om het paard te leren aan de longe te lopen goed zijn geweest
is meestal direct goed te werken
aan de longe. Bij
het longeren geef je de eerder aangeleerde mondelinge commando's.
Deel
de tijd die je gebruikt om te longeren technisch en logisch in. Als je
bijvoorbeeld 1 uur longeert, ga dan bijvoorbeeld eerst tien minuten linksom
(begin met de makkelijke kant van je paard)en rechtsom losstappen.
Daarna
loswerken in Draf en gebruik voor het totale loswerken een half uur. Het
hoofdthema doe je dan het volgende kwartier( bv overgangen, stellingen, etc) en
daarna weer een kwartier uit laten draven en stappen. Longeer je paard zowel
links- als rechtsom bij alle taken die je het geeft.
De
hulpmiddelen:
Onze
insteek is dat het gebruik van hulpmiddelen dient om iets aan te leren of te
verhelpen( corrigeren) en dat uiteindelijk het hulpmiddel zichzelf overbodig
maakt.
Bij een
jong paard dat net geleerd heeft aan de longe rond te lopen is het belangrijk om
te zorgen dat hij leert niet naar binnen te vallen en op stemhulpen en
zweepaanwijzingen te werken en beginnen wijzelf niet eerder met bijvoorbeeld
bijzetteugels dan dat al deze zaken bevestigd zijn.
Bijzetteugels
worden gebruikt om het paard te leren na te laten geven en zo het evenwicht te
vinden in de zijdelingse buiging van het lichaam.
Doe
de bijzetteugels de eerste keren vrij los zodat het paard eraan kan wennen en
maak ze steeds iets meer op maat.
Als
je de bijzetteugels aan het bit bevestigt, kan het paard zonder getrek van de
ruiter leren om het bit correct in de mond te houden. Het paard heeft al snel
door dat de tegendruk ophoudt zodra het niet meer aan het bit en de teugels
trekt. Door de lengte van de bijzetteugels te veranderen, kunt je het paard in
de lengtebuiging alvast leren om het hoofd correct te dragen zonder het bang te
maken of in de mond te trekken.
De bijzetteugel is te gebruiken tijdens longeren en rijden.
Chambon.
De
chambon is een hulpteugel die druk uitoefend op de nek, zodat het paard het
hoofd omlaag brengt. Het is geschikt voor africhting en de verbetering van de
houding. De chambon komt in werking wanneer het paard zijn hoofd opricht om
onder de teugelwerking uit te komen. De chambonhulpteugel bestaat uit twee
riemen die aan beide zijde van de bitring via een ring ter hoogte van de
frontriem naar beneden lopen. Bij de singel komen ze samen en worden ze
vastgemaakt.
Met deze hulpteugel kan het paard zijn hoofd niet zo hoog optillen dat de ruiter
de controle verliest.
Gogue.
Bij
de gogue drukt de hulpteugel op de nek, de mond en onder de hals. Dit type kun
je op twee manieren bevestigen, waarvan er een manier veel gebruikt wordt bij
het springen. Het paard moet zijn hoofd laag en naar voren houden, waardoor het
een betere houding aanneemt.
Deze hulpteugel wordt veel gebruikt bij het longeren.
Halsverlenger.
De
halsverlenger is een volledige elastische teugel en heeft een zeer sterk
corrigerende werking op de hoofd- en halshouding zonder dat het paard dit als
onprettig ervaart.
Zowel geschikt voor longeren als tijdens het rijden.